Joeri Dillen
Klimaatadaptatie in Belgische steden is niet een milieu-add-on maar de centrale ruimtelijke planningsuitdaging van de komende dertig jaar. Hitte-eilanden, overstromingszones, verharde oppervlakten — dit zijn ontwerpproblemen.

In de zomer van 2021 stierven er in België meer dan zeshonderd mensen aan de gevolgen van hittestress. Het waren voornamelijk ouderen, voornamelijk stadsbewoners, voornamelijk mensen in wijken met weinig groen, weinig schaduw, weinig water. De hittegolf was een meteorologisch fenomeen. De mortaliteit was een stedenbouwkundig probleem.

Toch wordt klimaatadaptatie in de Belgische planningspraktijk nog te vaak behandeld als een bijkomende verplichting — een extra hoofdstuk in een milieu-effectenrapport, een compensatiemaatregel bij de aanleg van parkeerplaatsen. De logica is: eerst het ruimtelijk programma, dan de groene buffer. Eerst het gebouw, dan de klimaatmaatregel.

Die volgorde is fout. Klimaatadaptatie is geen correctie op het ontwerp — het is het ontwerp. De vraag hoe wij omgaan met water, hitte, biodiversiteit en luchtverontreiniging in de gebouwde omgeving is de brandende ruimtelijke vraag van onze generatie. En het antwoord op die vraag is niet technisch maar ruimtelijk: een kwestie van bestemmingen, dichtheden, inrichtingsprincipes en publieke ruimtestructuren.

Wat betekent dit concreet? Het betekent dat de herwaardering van de ontharding — de verwijdering van asfalt en beton ten voordele van halfopen of open verharding, van infiltratie, van vegetatie — een stedenbouwkundig principe is en geen milieucompensatie. Het betekent dat de positionering van gebouwen ten opzichte van de overheersende windrichting een klimaatmaatregel is. Het betekent dat de breedte van straten en de hoogte van gevels bepalend zijn voor het binnenstedelijk microklimaat.

België heeft de instrumenten om dit te realiseren. Het Ruimtelijk Uitvoeringsplan, de stedenbouwkundige verordening, de bouwvergunning — al deze instrumenten kunnen worden ingezet als hefbomen voor klimaatadaptatie. Wat ontbreekt is niet de regelgeving maar de ambitie: de bereidheid om klimaatadaptatie niet te behandelen als een verplichting maar als een kans om de kwaliteit van de stad fundamenteel te verhogen.