Joeri Dillen
Na decennia van privatisering van de publieke ruimte — winkelcentra, gated communities, NIMBY-gedreven planning — groeit de vraag naar echte commons. Ruimtelijke planning moet opnieuw leren hoe ze ruimte maakt die van iedereen is.

De privatisering van de publieke ruimte in België is geen slogan maar een ruimtelijk feit. Wie de evolutie volgt van de Vlaamse stadsrand in de tweede helft van de twintigste eeuw, ziet een systematische verschuiving van collectieve naar private ruimte: de winkelstraat verdrongen door het winkelcentrum, het stadspark vervangen door de privétuin, de buurtschool gesupprimeerd ten voordele van de auto-ontsluiting.

Het resultaat is een gefragmenteerd landschap van private enclaves, verbonden door infrastructuur maar zonder gedeelde ruimte. Een omgeving die functioneel is — je kunt er wonen, werken, winkelen — maar die de civiele dimensie mist: de toevallige ontmoeting, het gebruik van dezelfde ruimte door mensen met verschillende achtergronden, het gevoel deel uit te maken van iets gemeenschappelijks.

Dit is niet enkel een esthetisch of sociologisch probleem. Het is een politiek probleem. De kwaliteit van de democratie hangt samen met de kwaliteit van de gedeelde ruimte. Waar mensen niet langer dezelfde trottoirs bewandelen, dezelfde pleinen bewonen, dezelfde markten bezoeken, verschraalt ook de gezamenlijke politieke verbeelding. De commons zijn niet enkel ruimtelijk — ze zijn ook democratisch.

Er zijn tekenen van een kentering. De belangstelling voor de revitalisering van stadscentra, de groeiende druk op parkeerruimte om te zetten in verblijfsruimte, de populariteit van tijdelijke publicruimteprojecten — al deze fenomenen wijzen op een honger naar het gedeelde. Mensen willen buiten zijn. Ze willen samen zijn. Ze willen een omgeving die niet enkel functioneel is maar ook betekenisvol.

Voor de ruimtelijke planner is dit zowel een uitdaging als een kans. De vraag is niet enkel hoe we meer publieke ruimte maken, maar hoe we betere publieke ruimte maken: ruimte die ongedefinieerd genoeg is om meerdere gebruikers te verwelkomen, die veilig genoeg is om ook door kwetsbare groepen te worden gebruikt, die levendig genoeg is om dagelijks opnieuw uitgevonden te worden. Publieke ruimte is niet neutraal — ze is altijd het resultaat van politieke keuzes. De kunst is om die keuzes bewust te maken.